Hoewel we met veel plezier in Oostenrijk wonen, zijn er bepaalde dingen die je toch wel kunt missen. Op nr 1 staan natuurlijk onze kinderen, onze dochter en schoonzoon , op de voet gevolgd door onze wederzijdse ouders. We waren absoluut blij om mam en oma weer in de armen te kunnen sluiten na zo een spannende tijd. Maar ook dingen als de tulpenvelden die zo mooi bloeien in het voorjaar, die heb je hier in Oostenrijk niet. Het kwam dus geweldig goed uit dat de Osterferien dit jaar zo mooi viel en we precies in de juiste periode in Nederland waren.
Nederland staat bekend om zijn molens, klompen en tulpen. Toch is de tulp niet van origine Nederlands, maar oorspronkelijk uit Turkije. De plantenkundige Carolus Clusius legde in 1594 een botanische tuin aan in Leiden. Hij kreeg zijn eerste tulpenbollen via via van de Ottomaanse sultan Suleyman. Sultans droegen deze bloem vaak in hun tulband als symbool voor hun adellijke afkomst. Het woord ‘tulp’ is ook een afgeleide van ‘tulipan’, wat tulband betekent.
Jaarlijks bezoeken meer dan 1,4 miljoen mensen de bloeiende tulpen in de Keukenhof, een van de bekendste toeristische trekpleisters van Nederland, en rijden velen de bekende Bollenroutes door b.v. de Noord Oost polder en de kop van Noord Holland. Dit is natuurlijk geweldig mooi om te zien, maar ook megadruk. Wat velen niet weten is dat er ook in de provincie Groningen geweldig mooie tulpenvelden te vinden zijn en het er bovendien een stuk rustiger is. Hier kun je nog van de rust genieten en ongestoord de mooiste foto’s maken.
Tijdens onze vakantie in Nederland gingen we dus ook een dag op pad in onze oude woon provincie Groningen. Het is altijd een beetje zoeken, want een tulpenveld wordt ieder jaar weer anders gepoot en staat nooit op dezelfde plek. Maar in de grote lijnen weten we ze te vinden. Zo kun je rond de plaatsen Uithuizermeeden, Zijldijk, Spijk, Reiderwolderpolder en Kloosterburen altijd wel akkers vol met deze kleurenpracht vinden. Onze 1e stop was vlak bij Spijk in het gehuchtje Polen, (ja je leest het goed) het dorpje bestaat uit enkele voormalige arbeidershuisjes en kreeg zijn naam vanwege zijn afgelegen ligging.
tulpenvelden
De tulpenvelden waren exact op zijn mooist toen wij er waren. Je moet hier een beetje geluk mee hebben. Het hangt van het weer af. Globaal kun je wel zeggen dat ze bloeien in de maand april tot begin mei en dan begint de tulpenboer alweer met het ”koppen”. Hierbij wordt de bloem in een vroegtijdig stadium weggesneden zodat alle voedingsstoffen in de bloembollen blijven en niet worden gebruikt voor de bloei. Daarna gaan de bollen voor de verkoop de hele wereld over!
En als je dan toch in de buurt bent, dan moet je ook even een portie Kibbeling eten bij de Remise van Landman. Een adresje in Termunten waar we vroeger regelmatig kwamen voor een Westereemsschotel. Maar ze bereiden ook gewone snacks op een voortreffelijke wijze. Wij kunnen ze echt aanraden!
Natuurlijk was het samenzijn met onze ouders en broers en zussen weer heel fijn. En met onze kinderen maakten we nog een heerlijke wandeltocht door het mooie Oudemolen in Drenthe. https://www.staatsbosbeheer.nl/uit-in-de-natuur/boswachterspad-oudemolense-diep Ook deze wandeling is erg mooi en loopt door het stroomdal van de Drentse Aa. Even weer wat anders dan die klimmingen die we hier maken.
De dagen waren gevuld en we hebben er optimaal van genoten, we hebben weer mooie herinneringen gemaakt.Van zowel de tulpen als de wandeling in Oudemolen vindt je een korte short op ons YouTube kanaal. Een reactie, duimpje of abo waarderen we ten zeerste.
We gaan een paar daagjes ”Toerist in eigen land” spelen en bezoeken de Steiermark. Gaan jullie mee met ons:
Van de Wörschachklamm naar de Spechtensee?
logeerpartijen
Vrienden van ons zijn hier een weekje op bezoek geweest, samen hadden we een fijne gezellige week en zij zagen nu met eigen ogen hoe we hier nu dan eigenlijk wonen. Voor haar was het de 1e keer Oostenrijk, dus helemaal een ervaring. Ik weet zelf nog hoe ik de eerste keer ooit verwonderd naar die Majestueuze bergen zat te kijken. Momenteel hebben we bezoek van mijn ouders, zij sluiten voor dit jaar de logeerpartijen van familie en vrienden af. Heerlijk om weer even wat quality time samen te hebben en ook blij natuurlijk dat de lange rit voor hen dit jaar toch weer gelukt is. Mijn moeder had een grote wens, die dit keer vervuld is, maar daarover in een volgend blog meer…
Onverwachts waren we laatst een paar daagjes samen vrij, tijd om even ”Toerist in eigen land te spelen”. Wat gaan we doen? Niet te ver weg, maar toch even een hele andere omgeving. De keuze valt op de Steiermark . Hier hebben we ooit wel eens doorheen gereden, maar nu willen we er echt wat leuke wandelingen gaan maken
De dagen gaan al weer wat korter worden en heel langzaam aan zien we de bladeren van de bomen hun frisse kleur verliezen. Nog even en de bladeren zullen weer gaan kleuren in rood, oranje en bruin en dan breekt er weer een nieuwe periode aan. Ook voor mij, want na bijna 1,5 jaar allerlei jobs hier gehad te hebben, begin ik binnenkort weer in de zorg.
Last Minute boek ik voor ons beidjes een ”Pension mit Frühstück” in de omgeving van het Dachsteinmassief. Het mooie was dat de Schladming DachsteinSommercard hierbij inbegrepen was en we dus heel veel bergbahnen en uitjes gratis konden gebruiken. Ideaal! Ik had heel graag de Dachstein gletscher ook willen bezoeken, vooral vanwege de Hangbrug, die daar boven is. Maar tegenwoordig moet je deze tocht naar boven met de gondel dus van te voren boeken zowel voor de heenweg als terugweg. Tja en alles bleek dus al vol te zitten. Gelijk de tip van de week van mij: Gaan jullie hier ooit eens vakantie vieren en willen jullie met de Gletscherbahn omhoog, wees er dan op tijd bij met een Fixplatz reservierug!
Op de dag van aankomst is de Sommercard vanaf 13:00 geldig. Nadat we onze gastvrije gastdame Sandra hebben ontmoet en onze koffer in de kamer hebben achtergelaten gaan we op pad. Ik had gelezen over de Wörschachklamm en dat je daar mooi kon wandelen, precies goed voor een paar uurtjes wandelplezier dus.
Wörschachklamm
Op ons gemak rijden we de kant van de Wörschachklamm op. Onderweg bezoeken we nog een markante oude lindeboom in Öblarn op de Sonnberg. Ik verzamel graag ”oude en markante” bomen voor mijn Boomnatuur instagram. Als ik weet dat er dus zo een mooie oude kolos in de buurt is gaan we die altijd even opzoeken. De wandeling er heen was nog niet zo makkelijk, de koeien hadden het hele pad aardig vertrapt en het zat dus vol enorme kuilen waarover weer nieuw gras was gaan groeien. Op één moment stap ik op een pol gras en zak dus in zo een kuil waardoor ik val en bijna van de berg afrol. Vlak voor het prikkeldraad kom ik tot stilstand, het was nog een hele toer om daar weer weg te komen. Het zal een komisch gezicht zijn geweest. Wat je niet voor een mooie bomenfoto over moet hebben……
de Linde van Öblarn
Wörschach ist een dorp met 1187 bewoners in het Steierische Ennstal. De toeristische trekpleisters zijn hier de Burg Wolkenstein en de Wörschachklamm, die je beide in een rondwandeling kunt combineren.
We parkeren de auto in het dorp, de parking van de klamm staat bomvol, ja ja het is nog net hoogseizoen merken we. We kunnen bij de klamm direct doorwandelen nadat onze sommercard is gescand en hebben echt wel even zin om een een paar uurtjes lekker aan de wandel zijn. Het is erg warm en fijn om de koelte van het water en de schaduw van de klamm muren te voelen. Bij het klimmen over de trappen en bruggetjes krijgen we het wel weer heel warm, maar we genieten volop. Toch altijd weer een schouwspel zo een klamm. Het kolkende water heeft hier in vele honderden jaren een hele weg gebaand, die wij nu in alle rust van boven af kunnen bekijken. Ik kan me er geen voorstelling van maken dat de houtwerkers er vroeger met complete boomstammen zich er een weg doorheen baanden. Wat zal het een zwaar werk zijn geweest als een stam weer eens bleef haken achter een rots!
De Klamm
Als we de klamm uit komen hebben we de keuze welke weg we volgen. Via de oude burcht terug naar het beginpunt, of richting de Spechtensee? We zien de meeste mensen de korte route maken, vanuit de klamm richting de oude Burcht en dan weer naar de auto. Wij besluiten dus voor de richting van de Spechtensee te gaan.
langs de Junggesellensteig
Onderweg genieten van we van mooie vlinders die we wonderwel mooi kunnen fotograferen en filmen. Via de Junggesellensteig gaan we geleidelijk omhoog. we steken kleine houten bruggetjes over, doorkruizen stukken bos en komen dan uiteindelijk uit op een gewoon pad. Enerzijds ook wel even lekker, nu hoeven we niet zo op het pad te letten. De wandeling verliep over ”stock und stein” zoals ze hier zeggen, dus dit is iets meer ontspannen lopen.
Witte Gentiaan/Enzian Schwalbenwurz
We lopen nu weer in de volle zon, en het zweet druppelt ons in straaltjes naar beneden. ”Waar blijft die Spechtensee toch? ”vragen we ons af. Dit is toch wel iets verder dan we dachten. Bij een kapelletje aan het pad houden we halt, hier staat een bankje en we hebben echt even behoefte om van de benen af te zijn en wat te eten en drinken. We overleggen wat te doen, door of terug? Maar het voelt toch niet goed om terug te gaan zonder ons einddoel, dus we besluiten nog even door te bikkelen onder de brandende zon.
En dan eindelijk zien we een bordje met Spechtenseehutte erop, we moeten dus in de buurt zijn. Als we voorbij de hut afdalen zien we het kleine Natuurjuweeltje in zicht komen. Totaal anders als wij het kennen van de omgeving waar wij wonen, het blijkt een echte ”Moorsee” te zijn en het water oogt dus bijna zwart.
Moorsee Spechtensee
We zien dat er ook wel gezwommen wordt, er is een vlonder met 2 trapjes om in het water te komen. Dichterbij zien we dat het water echt wel helder is en bovendien diep, maar zo zwart kleurt door de venige bodem. Libellen vliegen af en aan rond het water en de zon begint al iets te zakken waardoor er over het water een gouden schittering komt te liggen. We gaan op een bankje even genieten van de rust die hier heerst en we turen over het water.
Een groot deel is afgezet rond het meer en dus niet te belopen om de kwetsbare planten niet te beschadigen. Hier groeit vast ook zonnedauw zeg ik, gezien de bodem en het vocht. En ja hoor, na even spieden over de bodem ontdekken we het tere vleesetende plantje in grote getale. Verwonderd kijken we ook naar de witte Gentianen ( Schwalbenwurz enzian) wat een zeldzaam mooie plant.
Dan maken we ons op de terugweg. Het is nog een hele tocht terug immers. Dan bedenken we ons ineens: is de klamm nog wel open? Of moeten we anders de hele ronde naar de Burcht nog lopen, of de andere kant om? Dan wordt het wel een hele lange wandeling en het is inmiddels al avond. Gelukkig is het hemels mooi weer , geen dreiging van onweer of regen, dus we besluiten maar gewoon te zien hoe het komt en te genieten van de rust en de natuur. Ineens schieten er 2 prachtige reeën voor ons aan over het pad, verwonderd kijken we de beestjes na. Ja het is vroege avond en we lijken wel alleen op de wereld inmiddels, dan kunnen zulke mooie ontmoetingen wel eens voorvallen…..
De klamm blijkt gelukkig niet afgesloten en we besluiten dus deze route terug te nemen, dat scheelt heel wat kilometers lopen. We hebben nu de hele klamm voor ons alleen en kijken ons de ogen weer uit. Toch ben ik wel blij dat we aan het begin van de klamm , bij de kassa dus, ook geen gesloten hek vinden en we vrij kunnen doorlopen. Nu het laatste stukje naar de auto nog en dan kunnen we fijn de bergschoenen vervangen voor de slippers.
Bij de auto aangekomen begint het al iets te schemeren, ja het is echt merkbaar dat we later in de zomer zitten. Trek hebben we inmiddels ook van deze, iets langer dan geplande, maar oh zo mooie tocht. We besluiten deze avond voor de makkelijke maaltijd bij de grote M te gaan.
De dagen in de Steiermark zijn verder gevuld met veel wandelingen bij stralend mooi weer. Een andere keer zal ik daar nog eens iets van uitschrijven. Voor nu eerst: Pfiat di en tot ziens maar weer, veel liefs van de Auswanders. We kijken uit naar een leuke reactie van jullie.
Samenvatting:
parkeren: parkeerplaats Wörschachklamm of in het dorp, gratis. met het OV : Bushaltestelle Wörschach Ort / Linie 940
klamm: gratis met de Dachstein Sommercard en anders 6 euro voor een volwassene, 3,50 voor een kind.
wandelroutes: Klamm en Spechtensee 13 km / klamm , zwavelbron en Burg Wolkenstein 7 km
afwisselende tour, familievriendelijk. Geen buggy en je moet goed ter been zijn. Goed schoeisel is aan te raden.
ps: Een link naar ons YouTube kanaal met een leuke samenvatting van deze wandeling vinden jullie hier.
Ga met ons mee op pad om het verlaten ”spookdorp” Niska te vinden
De vorige keer beloofde ik jullie om terug te komen op de wandeling door het Tramuntana bos in het noordelijk deel van het eiland Cres. Niet te verwarren trouwens, met het Tramuntana gebergte op Mallorca. Het is er ongelooflijk rustig en tijdens onze tour kwamen we geen enkele andere wandelaar tegen!
Tramuntana
Tramuntana is de naam voor het noordelijke deel van het eiland Cres. Cres is een langgerekt eiland, waarvan het noordelijke deel een subcontinentaal klimaat heeft, terwijl het klimaat in het zuidelijke deel mediterraan is. Dit is de reden waarom het noordelijke deel aanzienlijk verschilt van de rest van het eiland: het is bedekt met dichte en vooral oude, eiken- en kastanjebossen vol paddenstoelen en met mos bedekte rotsen die worden bewoond door bosdieren, zoals hazen, herten, wilde zwijnen, en moeflons.
De oude Eik van sv Petar
Tramuntana was in het verleden een bevolkt gebied, maar de dorpen werden in de loop van de vorige eeuw geleidelijk verlaten. De redenen zijn de gebruikelijke: ver afgelegen, uitdagende levensomstandigheden, wereldoorlogen, aantrekkingskracht van grotere, meer ontwikkelde gebieden. Eén zo een verlaten dorp is het verlaten ”Spookdorpje” Niska. Hier maken we een mooie wandeltocht naar toe. Gaan jullie mee?
Niska
Vanuit ons vakantie dorpje Merag rijden we richting het noorden van het eiland. De weg wordt opnieuw een stuk smaller en de bebossing neemt flink toe. Het zijn vooral oude bomen die je hier ziet staan. De oudste eik , of wat er nog van over is, bezochten we vorig jaar , toen we tijdens onze vakantie op het schiereiland Istrië, Cres een dag bezochten.
ons bezoek aan de oude eik Torso .Vorig jaar
We parkeren de auto in Beli, een klein dorpje op een 130 meter hoge heuvel, het hoogste punt aan de noordkant van het eiland Cres. Het dorp is waarschijnlijk gebouwd op de ruïnes van een kasteel uit de pre Romeinse tijd.
Tegenwoordig wonen er nog maar zo’n 30 inwoners in het dorp, terwijl na de Tweede Wereldoorlog meer dan 1000 inwoners werden geteld. De jongere generaties trokken hetzij naar Cres of naar het vaste land, hier is meer geld te verdienen en je woont dichter bij de bewoonde wereld.
Beli wordt goed bezocht door toeristen zien we, voor de ingang van het dorp staan auto’s uit allerlei landen geparkeerd. Veel toeristen komen voor het strand van Beli , bezoeken het dorpje zelf of bezichtigen de Gieren opvang. Wij komen voor het dorpje Niska en gaan op zoek naar de start van de wandeling. Die vinden we bij de ingang van het dorp, voor de zekerheid maak ik altijd een foto van de routekaart en dat blijkt een goede zet te zijn geweest!
Onder het gefluit van vogels en het tjirpen van de cicaden verlaten we het dorpje. We zitten direct in de rust, geen mens meer te bekennen, ik vermoed dat de grootste menigte of aan het strand ligt of de Gierenopvang bezoekt. We gaan voor de route van 6 km en dan moeten we even van de route afwijken om het Spookdorpje te vinden, maar dat moet toch wel lukken.
eikenpage
Maar dan komen we aan de weg uit, waar we ook zijn komen aanrijden. Waar is nu onze blauwe stip? Dochter Auswander ontdekt er één een stukje verderop, dus goed gemutst gaan we verder. Maar persoonlijk vind ik het wel heel lang duren en we lopen ook wel erg lang langs de weg. Klopt dit wel?
Ik kijk op Google maps, en vergelijk dit met mijn gefotografeerde routekaart van het begin. Gelukkig heb ik bereik, maar ik zie dat we helemaal de verkeerde kant op zijn gelopen. Ergens moeten we de gekleurde rondjes zijn kwijtgeraakt, maar waar? We lopen terug naar het punt dat we de weg bereikten en ontdekken aan de overkant, heel slecht zichtbaar een pad wat omhoog leid.
Ja we zijn echt verwend in de landen als Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland, met meer dan genoeg routebewijzering en gekleurde tekens die jaarlijks een nieuw likje verf krijgen. Sommige kleurtjes waren hier nogal vaal geworden door de brandende zon en we vermoeden dat we daarom één gemist hebben ergens. Maar goed: Nieuw plan de campagne! We ontdekken een ander kleurtje en zien op onze routekaart dat we ook op die manier Niska kunnen bereiken, dus we gaan met goede moed verder. Een flinke klim volgt, al gauw krijgen we het goed warm en zijn we dan ook blij dat de route uiteindelijk onder het bladerdak verdwijnt en het zonlicht even gefilterd wordt.
Het pad is beslist niet makkelijk, vele keitjes en boomstronken, je moet je ogen goed op het pad gericht houden. Ook moet je goed zoeken naar het volgende gekleurde rondje, soms lijkt het wel op een speurtocht, alle 3 gaan we een andere kant op om op bomen, stenen en muurtjes een vaal kleurtje te ontdekken.
De natuur is hier nog echt natuur, bijna mysterieus mooi, alsof we terug zijn in de tijd. Geen bankjes om even op neer te ploffen en uit te blazen, dus we zoeken ons af en toe een boomstam of kei op om even uit te rusten en iets te eten of drinken. Een eerste ruïne komt in zicht, zouden we Niska bereikt hebben? Maar nee , het gaat om een alleenstaand huis met schuur lijkt het, al heel wat jaren verlaten. Wie zouden hier gewoond hebben? Een schapenboer met familie misschien, die leefde van de verkoop van hun schapenkaas?
Niska
Af en toe schiet er een hagedisje weg en vlinders zien we volop tijdens onze tocht, en dan die rust, het maakt veel goed. Het moeilijke pad, het moeilijk vinden van een gekleurd wandeltekentje en het ontbreken van een bankje.
Dan bereiken we Niska het spookdorp waar de natuur het heeft overgenomen. Een vijgenboom groeit op een trap, klimop planten slingeren vrolijk in de rondte. Je moet goed uitkijken, afgewaaide dakpannen en andere zaken liggen kapot op de grond. Hier wonen nu slechts nog de hagedissen, vleermuizen en schuwe schapen die willen schuilen. Meer dan 50 jaar geleden verliet de laatste bewoner dit dorpje. Nieuwsgierig kijken we voorzichtig rond, hier en daar vinden we een oude pan of iets anders tastbaars dat er aan herinnerd dat hier ooit mensen woonden. De ”snelle” hectische wereld met zijn computers en technologie lijkt mijlenver weg. Nieuwsgierig kijken we nog even rond. We ontdekken zelfs het geraamte van een schaap. Gelukkig niet van een mens, dat was wel schrikken geweest anders…..
Aan de achterkant van de huizen ontdekken we een roestige oude Peugeot, verlaten door zijn laatste bezitter, niet de moeite om mee te nemen naar de hoofdstad van Cres of naar het vaste land. In weer en wind staat de oude auto daar langzaam weg te teren De deuren openen zich met een luid gekraak en ook de kofferbak werkt nog. Gelukkig vinden we ook daar geen onaangename verrassing…..
De oude Peugeot
We besluiten ons op de terugweg te maken. Ook nu is het weer zoeken naar de tekentjes onderweg . De route gaat weer door het mythische bos, met zijn eeuwenoude bemoste bomen en oude torso’s die met een scheef oog soms op echte bos monsters lijken, de struiken vol met mooie eikenpages, en de zo bekende stenen muurtjes.
Langzaam aan horen we dat de bewoonde wereld dichterbij komt, het kerkklokje van Beli luid zachtjes in de verte. We moeten dus in de buurt komen. Dan komen we ook op een gewone weg, wat fijn na de hobbelige paden vol keien en boomstronken, dit loopt even wat meer ontspannen. Dan horen we een auto aankomen rijden, waar zou die naar toe willen vragen we ons af?
Een vrouw toetert 1 keer flink luid en stapt dan uit de auto. Ze loopt naar haar laadbak en haalt uit een emmer een flinke schep mais. We kunnen er bijna niet tegen kijken, overal komen schapen vandaan. Navraag levert op dat ze iedere dag tot hier omhoog rijd en de schapen voorziet van wat extra voer.
We kijken van boven op Beli neer, nog de laatste afdaling en dan zijn we bij de auto. Als we voorbij de Gieren opvang lopen zien we achter het gebouw de enorme volieres. Het eiland Cres is een van de zeldzame, overgebleven broedplaatsen van de vale gier. De vale gierenpopulatie op Cres is de enige ter wereld die broedt in de kliffen direct boven de zee. Vale gieren zijn in feite zuiveraars van de natuur, en ze zijn onlosmakelijk verbonden met de vrije schapenfokkerij op het eiland: de schapen leven en sterven in de natuur, en de vale gieren eten hun karkassen, waardoor het milieu schoon blijft en de ontwikkeling van ziekten die zouden ontstaan door het ontbindingsproces wordt voorkomen. Mocht een (jonge) Gier gewond raken of uitgeput dan vangt het centrum ze op. De meeste geredde vogels worden na herstel weer vrijgelaten in het wild.
We hebben de dagen op Cres vaak eens een hele groep Gieren mogen zien zweven op de wind zoekende naar voedsel, een geweldig gezicht die enorme vogels met een spanwijdte tot 280 cm . Kom je ooit op Cres dan kun je zeker het Gierencentrum eens bezoeken. info vind je op :https://underthetrees.be/helping-animals/vale-gieren-beli/ Voor ons was het te laat toen we het dorpje weer bereikt hadden, maar wie weet komen we hier nog eens weer?
De geplande 6 km zijn veranderd in 11 km, maar het was de moeite waard. Warm en vermoeid trekken we de bergschoenen uit en gaan de slippers aan, en verlaten we het mooie Tramuntana gebied. Voor de doorgewinterde (berg)wandelaar en degene die van rust en geschiedenis houden kunnen we de wandeling zeker aanraden.
Samenvatting:
-Start: het dorpje Beli in het Tramuntana op Cres
-Parkeren: voor de ingang van het dorpje een plekje zien te vinden
-routes: verschillende trails vanaf 6 km
-alleen voor de geoefende wandelaar
-neem voldoende water en eten mee voor onderweg
-de wegbewijzering is niet fantastisch, veel verf is vaal/verkleurd, geen bankjes
Desondanks vonden wij het een geslaagde wandel-dag, zeker vanwege het verlaten dorp!
Bezochten jullie Cres of Kroatië al eens? Wij zijn hier zeker nog niet uitgekeken en tegenwoordig is het ook relatief makkelijk te bezoeken voor ons, dus we komen zeker terug.
Bedankt voor jullie reacties, vinden we altijd fijn. Een filmpje van deze bijzondere wandeling staat op ons YouTube kanaal . Ga zeker eens kijken en vergeet je gelijk niet te abonneren.
Een mooie Tour langs natuurlijke Waalwege en vele oude Lariksen. Een echte aanrader!
Jullie hebben nog één mooie wandeling van me tegoed die we in onze Osterferien maakten. We rijden naar Schluderns/Sluderno en parkeren de auto op de parkeerplaats midden in het dorp naast de rivier. Even moeten we zoeken hoe te lopen, we willen namelijk starten via de Kalvariënberg en weer eindigen bij de Churburg. Maar andersom is ook mogelijk.
Midden in het dorp heb je de discount supermarkt Euro spin en daar neem je de afslag tussen de huizen door en klim je langzaam de berg omhoog. Eigenlijk zit hier de hele klim in, bij de waalweg aangekomen loop je grotendeels recht. We komen nog een boer tegen die met zijn geitenbokken de berg afkomt, voor de rest zitten we na de bedrijvigheid in het dorpje helemaal in de rust nu.
vele mooi oude Lariksen onderweg te zien
Boven aangekomen vinden we de Leitenwaal , die nu jammer genoeg nog droog staat, in de zomer zal hij weer volop stromen en de appel en fruitgaarden van het broodnodige water voorzien. Ondanks het gemis van het geklater van water is het een prachtige tocht. Deze Waalweg is echt super natuurlijk. In plaats van tussen de Appelgaarden door, lopen we grotendeels door de bossen en langs prachtige oude Lariksen. Zeker in een warme zomer is deze Waalrunde dus een echte aanrader!
Pauze met Jause
Dan komt de oversteek over de Saldurbach, een heerlijk ruisende rivier. We zijn nu op de helft van de route en we zoeken ons een plekje om onze meegebrachte ”Jause” op te eten. Even van het hoofdpad af leid een smal pad naar een Waalhut, hier vinden we een bankje en houden we een fijne pauze. Denk absoluut bij deze wandeling om eigen proviand, er is namelijk geen ” Einkehrmöglichkeit”. De zon is inmiddels doorgebroken en we genieten van het geruis van de rivier, ons uitzicht, de zon op ons gezicht en onze meegebrachte lunch. Daar kan geen 5 sterren restaurant tegen op.
vader en dochter genieten!
Nu we aan de andere kant van het dal zijn volgen we de Bergwaal, ook dit deel is weer prachtig natuurlijk om te bewandelen. Ook kom je langs een mooie waterval en hier is een deel van de Waal die nu al wel water voert. En langzaam ga je dan alweer aan de afdaling beginnen. We hadden er eigenlijk nog geen genoeg van. De natuur was zo mooi hierboven en de vogels zongen hun hoogste lied, dat we het gewoon jammer vonden dat er langzaam een einde aan kwam.
De Churburg komt in zicht, als we via de appelgaarden afdalen. Het kasteel Churburg (Italiaans: Castel Coira) is een van de best bewaarde en meest bezochte kastelen in Zuid-Tirol. Het kasteel is met intree (14 euro vw en 32 euro voor een familieticket) te bezichtigen. Maar met dit droge weer en af en toe een zonnetje erbij vonden wij het jammer om binnen te zijn. Maar het kasteel zou ik zeker op een druilerige dag wel eens willen bezoeken. Ook het Vintschger Museum in het dorp schijnt de moeite waard te zijn. Daar kun je vondsten bekijken die ze hier bij Ganglegg opgegraven hebben.
Churburg
Ga je dus ooit eens op vakantie naar Südtirol, neem dan zeker een Waalweg wandeling mee . Wij hebben ook van deze tocht weer enorm genoten en waren blij naar vele jaren weer eens in dit mooie gebied te zijn geweest. Nu we zelf in Oostenrijk wonen is dit ook nog eens relatief dichtbij voor ons!
Voor nu eerst de groetjes van de Auswanders en Pfiat di
Vergeet niet te liken en eventueel een commentaar te geven daar genieten we altijd weer van. Ook het filmpje staat online inmiddels en is te bekijken via deze link. https://youtu.be/LTaHXTGkud4.
Samenvatiing:
-parkeren in Schluderns , wij parkeerden naast de rivier midden in het dorp is een grote, gratis parkeerplaats.
Een mooie rondwandeling langs de oude ”Waalwege” de Rautwaal en de Neuwaal. Je komt langs twee oude Burchten de Ober en Untermontani. Als je in Südtirol op vakantie bent mag een Waalweg wandeling zeker niet ontbreken!
Wat zijn waalwege?
Eeuwen geleden werden in Südtirol kanalen aangelegd om weiden en akkers te irrigeren, vooral rond Merano en in het Vinschgau-dal, waar zelden regen viel. De waterwachter, ook wel de Waaler genoemd, zorgde ervoor dat elke boer zijn water kreeg. Vandaag de dag zijn de paden langs deze historische waterkanalen geliefde wandelwegen.
De smalle paden in het middelgebergte leiden dwars door bossen, langs appelboomgaarden en wijngaarden, maar ook langs kastelen, ruïnes en kapellen. Het traditionele irrigatiesysteem is zelfs door de Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed en is door zijn hoge ecologische, landschappelijke en culturele kwaliteit een cultuurgoed dat het waard is om te beschermen.
onderweg kwamen we dit ”Bos-monster” tegen
Morter Waalrunde
De kasteelheuvel van Montani in het buitengebied van het Marteltal/Val Martello vormt het centrum van deze idyllische wandeling in het centrale Vinschgau-dal langs oude irrigatiekanalen tussen het dorp Morter en Latsch.
We parkeren de auto in Morter bij het Kulturhaus. We moeten even zoeken naar de bordjes, ze zijn hier niet geel zoals bij ons in Oostenrijk, maar van bruin hout. Dan zien we de wegwijzer richting Waalrundweg, en zo lopen we het kleine dorpje uit. Dan gaan we in kleine serpentines de berg omhoog, dit is dan ook het enigste stuk wat iets steiler is, ben je eenmaal op hoogte dan zijn de Waalwegen vrij vlak. Ook heb je continu een geweldig zicht over Ober en Unter Montani.
We bewonderen de grote hoeveelheid Pulsatilla bloemen die we hier aantreffen, ze zijn niet te tellen. We nemen dan ook even de tijd om de plant te bewonderen en te fotograferen. Wat een prachtige plant, die mooie lila/paarse kleur en de regendruppeltjes die als parels eraan hangen van de dag ervoor. Deze plant behoort aan de Ranonkel familie en bloeit ongeveer van maart tot mei. Ze is giftig, maar wordt wel gebruikt als medicijn. Van het extract maakt men een verdunning dat kan worden gebruikt bij uiteenlopende klachten zoals in geval van migraine, onregelmatige menstruatie, PMS klachten, spataderen, verkoudheid en oorproblemen. Het werkt kramp opheffend, kalmerend, doet zweten en maakt het hoofd helder.
Pulsatilla en Schloss Obermontani
Dan komen we op een splitsing uit en zien ook voor het eerst de Rautwaal , die zo vroeg in het voorjaar nog geen water voert. (Later zullen we nog een deel van de Waal zien die al wel water voert.) Hier gaan we linksaf en volgen de richting van Schloss Obermontani. Op een gegeven moment komt er een afslag naar links en daal je langzaam iets af naar de rivier, de Plima , die steek je over , om aan de andere kant van de weg, de Waalweg route te vervolgen. Nu lopen we, opnieuw begeleid van veel vogelgezang, weer verder langs de Neuwaal.
Pulsatilla
Schloss Obermontani
Het middeleeuwse kasteel van Obermontani staat op een rotsachtige bergkam boven de Plima rivier, bij de ingang van het Martelltal .Ongeveer 400 meter naar het noorden op de rotsachtige bergkam staat het kleinere kasteel Untermontani dat meer een ruïne is. Ook vind je hier de Stephanus kapel.
Vanuit Untermontani een blik op Obermontani
We houden een korte pauze bij het kasteel, jammer genoeg is het afgesloten, maar het is een mooi gebouw om te zien. Dan gaan we langzaam afdalen richting Untermontani. Steeds meer komt het uitzicht vrij op het dal en de immense Appelgaarden, een prachtig gezicht.
Untermontani is wel vrij toegankelijk en je kan nog duidelijk zien hoe de Burcht er ooit uit gezien moet hebben. Hier houden we een langere pauze en we genieten van het weidse uitzicht om ons heen. We zien een groep wandelaars voorbij gaan die aan Lama ( of waren het misschien alpaca’s?) trekking deden. Een komisch gezicht, af en toe stoppen ze even om een vers bloemetje of graspolletje te eten en dan gaat de stoet weer verder.
Ook wij gaan verder. Nog even een stukje dalen en dan zijn we onder bij de Plima rivier. Als we op de klok kijken valt het nog mee met de tijd en we besluiten nog even bij de rivier te blijven. In de rivierbedding liggen prachtige stenen, het lijkt wel of er zilver of glas stukjes opzitten, ze schitteren ons tegemoet. We nemen de tijd om even een mooi exemplaar te vinden om mee te nemen naar huis. Drinken een ”Schnapsl” en luisteren naar het geklater van de rivier, wat een ontspanning!
Morter waalwege
Via de appelgaarden komen we uiteindelijk weer in het dorp uit. Het waren 8 mooie, afwisselende kilometers. De wandeling is uit te breiden met een bezoek aan de Bierkeller of het Wetterkreuz. We kunnen als familie Auswander niet anders als deze wandeling aanraden als jullie ooit het mooie Südtirol zouden gaan bezoeken!
Bedankt weer voor jullie likes en commentaren, we vinden dat altijd fijn. En kijk weer even op ons YouTube kanaal voor de opnames van deze mooie wandeling. (Maar vergeet je niet te abonneren en daar een klein berichtje achter te laten )
-Parkeren: Morter bij het Kulturhaus of de Feuerwehrhalle (beide gratis)
-reis je met het openbaar vervoer , dan zou je met je Gastenkaart, gratis, per trein naar het station van Goldrain kunnen rijden en daar starten en je wandeling eindigen in Latsch en daar de Vinschger bahn weer in stappen.
-8 km en ongeveer 200 hoogtemeters
-Familievriendelijk, maar ongeschikt voor een buggy.
In Oostenrijk hebben de kinderen een week Osterferiën in plaats van mei vakantie. Wij gingen er even tussenuit en bezochten ons zuidelijk buurland Italië, wat nu slechts een paar uurtjes rijden is.
Graun Het dorp met de verzonken kerktoren
We zijn net terug van een heerlijk weekje Zuid-Tirol, Italië, wat nu slechts een paar uurtjes rijden voor ons is. Hoewel we in een prachtig gebied wonen waar veel mensen vakantie vieren, vinden we het toch nog fijn om er even helemaal uit te zijn. Het 1e wat je ziet als je via de Reschenpass/ Passo Resia Italië binnen komt is de de oud Romaanse kerktoren die uit de Reschensee oprijst. De oude dorpsnederzetting moest plaats maken voor het stuwmeer en het nieuwe dorp Graun/Curon is verder omhoog geplaatst. Oude volksverhalen vertellen dat men soms de klokken nog hoort luiden. Het is een leuke plek om even de benen te strekken of juist op een bankje te genieten van het uitzicht. Op het moment dat wij er waren was het water rond de kerk nog bevroren.Ook wel eens leuk om te zien!
Een stop bij het verzonken dorp Graun/Curon
Appels, appels en nog eens appels
Zuid-Tirol staat bekend om zijn enorme oppervlaktes vol fruitgaarden, vooral appels. De bloei begon net te komen. Ik denk als we een week of 2, 3 later zouden kunnen zijn, alles wel in volle bloei zou staan. Maar het is allemaal zeer weerafhankelijk. Zo’n 7000 boeren telen er 24 verschillende soorten appels, zoveel ken ik er niet eens. Jullie wel?
Een ander kenmerk van Zuid-Tirol is dat het tweetalig is, er wordt zowel Duits als Italiaans gesproken. Eigenlijk zelfs drietalig: een klein gedeelte van de bevolking spreekt ook het Ladinisch, een Romaanse taal. De plaatsnamen en straatnaamborden zijn dus allemaal tweetalig beschreven. In het Duits en Ladinisch is het Südtirol en in het Italiaans heet dit gebied Alto Adige.
De appelgaarden komen langzaam tot bloei
Ötzi
We hadden gehoopt op beter weer, maar goed, het was de laatste week van maart en jullie weten: ”maart roert zijn staart”, dus dat kan alle kanten op. We hebben nog fijn kunnen wandelen en op de slechtste dag van de week hebben we de ijsmummie Ötzi bezocht in het Archeologisch Museum van Bozen/Bolzano. Dit bezoek stond trouwens al jaren op ons wensenlijstje, dus het kwam eigenlijk wel heel goed uit. Jaren geleden, toen we het Schnalstal/val Senales bezochten, zijn we ooit al eens omhoog gegaan met de kabelbaan en zagen met eigen ogen het gebied waar deze man de dood vond. En in het Ötztal waar we enkele jaren terug verbleven, bezochten we het Ötzidorp, een variant van een openluchtmuseum in Nederland. De binnenstad van Bozen was ook eigenlijk best interessant met oude gebouwen en bijzondere bomen, maar het weer was er niet echt geschikt voor om deze uitgebreid te bekijken.
Zo denkt men dat Otzi er ongeveer uitgezien moet hebben.
Ötzi, de wereldberoemde ijsmummie die in september 1991 in de Italiaanse Ötzaler Alpen werd gevonden, heeft eindelijk weer een gezicht. De Nederlandse tweelingbroers, Adrie en Alfons Kennis, maakten een reconstructie en die is vanaf 1 maart aanstaande in het Zuid-Tiroler Archeologisch Museum te zien.
We ondernamen de reis naar Bozen met de Vinschger Bahn. Als je een vakantie boekt in dit gebied, krijg je de Gastenkaart erbij. Deze kaart heeft onder andere het voordeel van gratis reizen met het openbaar vervoer. Ideaal natuurlijk! We konden relaxed reizen, zonder parkeerproblemen en parkeerkosten in de stad. Daarbij is het ook leuk om het landschap eens vanuit een andere hoek te zien. We kunnen het iedereen aanraden!
In een ander blog schrijf ik nog eens de mooie wandelingen uit die we maakten, ik ga nu op de veranda aan de slag. De temperaturen stijgen alleen maar en dan kunnen we weer heerlijk buiten genieten van het mooie weer en het uitzicht.
Een Vlog van deze dag naar Ötzi in het Archeologisch Museum van Bozen/Bolzano is te zien middels deze link : https://youtu.be/EMlJSMsNjfk
Een short van de verzonken kerktoren zie je hier : https://youtube.com/shorts/ADXMM-Ogqo4?feature=share Vergeet je vooral niet te abonneren op ons kanaal, want er staan altijd weer nieuwe , leuke wandelingen en uitjes op.
Voor nu eerst de groetjes van de Auswanders en Pfiat di !
ps: Bedankt voor jullie likes en commentaren, hebben jullie nog vragen of opmerkingen dan horen we ze graag.
Plaats een reactie