Het Verlaten dorp Niska

Ga met ons mee op pad om het verlaten ”spookdorp” Niska te vinden

De vorige keer beloofde ik jullie om terug te komen op de wandeling door het Tramuntana bos in het noordelijk deel van het eiland Cres. Niet te verwarren trouwens, met het Tramuntana gebergte op Mallorca. Het is er ongelooflijk rustig en tijdens onze tour kwamen we geen enkele andere wandelaar tegen!

Tramuntana

Tramuntana is de naam voor het noordelijke deel van het eiland Cres. Cres is een langgerekt eiland, waarvan het noordelijke deel een subcontinentaal klimaat heeft, terwijl het klimaat in het zuidelijke deel mediterraan is. Dit is de reden waarom het noordelijke deel aanzienlijk verschilt van de rest van het eiland: het is bedekt met dichte en vooral oude, eiken- en kastanjebossen vol paddenstoelen en met mos bedekte rotsen die worden bewoond door bosdieren, zoals hazen, herten, wilde zwijnen, en moeflons.

De oude Eik van sv Petar
De oude Eik van sv Petar

Tramuntana was in het verleden een bevolkt gebied, maar de dorpen werden in de loop van de vorige eeuw geleidelijk verlaten. De redenen zijn de gebruikelijke: ver afgelegen, uitdagende levensomstandigheden, wereldoorlogen, aantrekkingskracht van grotere, meer ontwikkelde gebieden. Eén zo een verlaten dorp is het verlaten ”Spookdorpje” Niska. Hier maken we een mooie wandeltocht naar toe. Gaan jullie mee?

Niska

Vanuit ons vakantie dorpje Merag rijden we richting het noorden van het eiland. De weg wordt opnieuw een stuk smaller en de bebossing neemt flink toe. Het zijn vooral oude bomen die je hier ziet staan. De oudste eik , of wat er nog van over is, bezochten we vorig jaar , toen we tijdens onze vakantie op het schiereiland Istrië, Cres een dag bezochten.

ons bezoek aan de oude eik Torso .Vorig jaar
ons bezoek aan de oude eik Torso .Vorig jaar

We parkeren de auto in Beli, een klein dorpje op een 130 meter hoge heuvel, het hoogste punt aan de noordkant van het eiland Cres. Het dorp is waarschijnlijk gebouwd op de ruïnes van een kasteel uit de pre Romeinse tijd.

Tegenwoordig wonen er nog maar zo’n 30 inwoners in het dorp, terwijl na de Tweede Wereldoorlog meer dan 1000 inwoners werden geteld. De jongere generaties trokken hetzij naar Cres of naar het vaste land, hier is meer geld te verdienen en je woont dichter bij de bewoonde wereld.

Beli wordt goed bezocht door toeristen zien we, voor de ingang van het dorp staan auto’s uit allerlei landen geparkeerd. Veel toeristen komen voor het strand van Beli , bezoeken het dorpje zelf of bezichtigen de Gieren opvang. Wij komen voor het dorpje Niska en gaan op zoek naar de start van de wandeling. Die vinden we bij de ingang van het dorp, voor de zekerheid maak ik altijd een foto van de routekaart en dat blijkt een goede zet te zijn geweest!

Onder het gefluit van vogels en het tjirpen van de cicaden verlaten we het dorpje. We zitten direct in de rust, geen mens meer te bekennen, ik vermoed dat de grootste menigte of aan het strand ligt of de Gierenopvang bezoekt. We gaan voor de route van 6 km en dan moeten we even van de route afwijken om het Spookdorpje te vinden, maar dat moet toch wel lukken.

eikenpage
eikenpage

Maar dan komen we aan de weg uit, waar we ook zijn komen aanrijden. Waar is nu onze blauwe stip? Dochter Auswander ontdekt er één een stukje verderop, dus goed gemutst gaan we verder. Maar persoonlijk vind ik het wel heel lang duren en we lopen ook wel erg lang langs de weg. Klopt dit wel?

Ik kijk op Google maps, en vergelijk dit met mijn gefotografeerde routekaart van het begin. Gelukkig heb ik bereik, maar ik zie dat we helemaal de verkeerde kant op zijn gelopen. Ergens moeten we de gekleurde rondjes zijn kwijtgeraakt, maar waar? We lopen terug naar het punt dat we de weg bereikten en ontdekken aan de overkant, heel slecht zichtbaar een pad wat omhoog leid.

Ja we zijn echt verwend in de landen als Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland, met meer dan genoeg routebewijzering en gekleurde tekens die jaarlijks een nieuw likje verf krijgen. Sommige kleurtjes waren hier nogal vaal geworden door de brandende zon en we vermoeden dat we daarom één gemist hebben ergens. Maar goed: Nieuw plan de campagne! We ontdekken een ander kleurtje en zien op onze routekaart dat we ook op die manier Niska kunnen bereiken, dus we gaan met goede moed verder. Een flinke klim volgt, al gauw krijgen we het goed warm en zijn we dan ook blij dat de route uiteindelijk onder het bladerdak verdwijnt en het zonlicht even gefilterd wordt.

Het pad is beslist niet makkelijk, vele keitjes en boomstronken, je moet je ogen goed op het pad gericht houden. Ook moet je goed zoeken naar het volgende gekleurde rondje, soms lijkt het wel op een speurtocht, alle 3 gaan we een andere kant op om op bomen, stenen en muurtjes een vaal kleurtje te ontdekken.

De natuur is hier nog echt natuur, bijna mysterieus mooi, alsof we terug zijn in de tijd. Geen bankjes om even op neer te ploffen en uit te blazen, dus we zoeken ons af en toe een boomstam of kei op om even uit te rusten en iets te eten of drinken. Een eerste ruïne komt in zicht, zouden we Niska bereikt hebben? Maar nee , het gaat om een alleenstaand huis met schuur lijkt het, al heel wat jaren verlaten. Wie zouden hier gewoond hebben? Een schapenboer met familie misschien, die leefde van de verkoop van hun schapenkaas?

Niska

Af en toe schiet er een hagedisje weg en vlinders zien we volop tijdens onze tocht, en dan die rust, het maakt veel goed. Het moeilijke pad, het moeilijk vinden van een gekleurd wandeltekentje en het ontbreken van een bankje.

Dan bereiken we Niska het spookdorp waar de natuur het heeft overgenomen. Een vijgenboom groeit op een trap, klimop planten slingeren vrolijk in de rondte. Je moet goed uitkijken, afgewaaide dakpannen en andere zaken liggen kapot op de grond. Hier wonen nu slechts nog de hagedissen, vleermuizen en schuwe schapen die willen schuilen. Meer dan 50 jaar geleden verliet de laatste bewoner dit dorpje. Nieuwsgierig kijken we voorzichtig rond, hier en daar vinden we een oude pan of iets anders tastbaars dat er aan herinnerd dat hier ooit mensen woonden. De ”snelle” hectische wereld met zijn computers en technologie lijkt mijlenver weg. Nieuwsgierig kijken we nog even rond. We ontdekken zelfs het geraamte van een schaap. Gelukkig niet van een mens, dat was wel schrikken geweest anders…..

Aan de achterkant van de huizen ontdekken we een roestige oude Peugeot, verlaten door zijn laatste bezitter, niet de moeite om mee te nemen naar de hoofdstad van Cres of naar het vaste land. In weer en wind staat de oude auto daar langzaam weg te teren De deuren openen zich met een luid gekraak en ook de kofferbak werkt nog. Gelukkig vinden we ook daar geen onaangename verrassing…..

De oude Peugeot
De oude Peugeot

We besluiten ons op de terugweg te maken. Ook nu is het weer zoeken naar de tekentjes onderweg . De route gaat weer door het mythische bos, met zijn eeuwenoude bemoste bomen en oude torso’s die met een scheef oog soms op echte bos monsters lijken, de struiken vol met mooie eikenpages, en de zo bekende stenen muurtjes.

Langzaam aan horen we dat de bewoonde wereld dichterbij komt, het kerkklokje van Beli luid zachtjes in de verte. We moeten dus in de buurt komen. Dan komen we ook op een gewone weg, wat fijn na de hobbelige paden vol keien en boomstronken, dit loopt even wat meer ontspannen. Dan horen we een auto aankomen rijden, waar zou die naar toe willen vragen we ons af?

Een vrouw toetert 1 keer flink luid en stapt dan uit de auto. Ze loopt naar haar laadbak en haalt uit een emmer een flinke schep mais. We kunnen er bijna niet tegen kijken, overal komen schapen vandaan. Navraag levert op dat ze iedere dag tot hier omhoog rijd en de schapen voorziet van wat extra voer.

We kijken van boven op Beli neer, nog de laatste afdaling en dan zijn we bij de auto. Als we voorbij de Gieren opvang lopen zien we achter het gebouw de enorme volieres. Het eiland Cres is een van de zeldzame, overgebleven broedplaatsen van de vale gier. De vale gierenpopulatie op Cres is de enige ter wereld die broedt in de kliffen direct boven de zee. Vale gieren zijn in feite zuiveraars van de natuur, en ze zijn onlosmakelijk verbonden met de vrije schapenfokkerij op het eiland: de schapen leven en sterven in de natuur, en de vale gieren eten hun karkassen, waardoor het milieu schoon blijft en de ontwikkeling van ziekten die zouden ontstaan door het ontbindingsproces wordt voorkomen. Mocht een (jonge) Gier gewond raken of uitgeput dan vangt het centrum ze op. De meeste geredde vogels worden na herstel weer vrijgelaten in het wild.

We hebben de dagen op Cres vaak eens een hele groep Gieren mogen zien zweven op de wind zoekende naar voedsel, een geweldig gezicht die enorme vogels met een spanwijdte tot 280 cm . Kom je ooit op Cres dan kun je zeker het Gierencentrum eens bezoeken. info vind je op :https://underthetrees.be/helping-animals/vale-gieren-beli/ Voor ons was het te laat toen we het dorpje weer bereikt hadden, maar wie weet komen we hier nog eens weer?

De geplande 6 km zijn veranderd in 11 km, maar het was de moeite waard. Warm en vermoeid trekken we de bergschoenen uit en gaan de slippers aan, en verlaten we het mooie Tramuntana gebied. Voor de doorgewinterde (berg)wandelaar en degene die van rust en geschiedenis houden kunnen we de wandeling zeker aanraden.

Samenvatting:

-Start: het dorpje Beli in het Tramuntana op Cres

-Parkeren: voor de ingang van het dorpje een plekje zien te vinden

-routes: verschillende trails vanaf 6 km

-alleen voor de geoefende wandelaar

-neem voldoende water en eten mee voor onderweg

-de wegbewijzering is niet fantastisch, veel verf is vaal/verkleurd, geen bankjes

Desondanks vonden wij het een geslaagde wandel-dag, zeker vanwege het verlaten dorp!

Bezochten jullie Cres of Kroatië al eens? Wij zijn hier zeker nog niet uitgekeken en tegenwoordig is het ook relatief makkelijk te bezoeken voor ons, dus we komen zeker terug.

Bedankt voor jullie reacties, vinden we altijd fijn. Een filmpje van deze bijzondere wandeling staat op ons YouTube kanaal . Ga zeker eens kijken en vergeet je gelijk niet te abonneren.

De groeten van de Auswanders en Pfiat di

Plaats een reactie